Tot kwetsbaarheid in staat

De rol van begeleider van een professionele leergemeenschap vanuit een ervaring met Pabo 4 studenten – Leendert-Jan Parlevliet

Waarom noemen jullie alleen de sfeer en de ruimte? En onze vragen dan? En de goede raad en de wijze reacties? Wat heb ik niet allemaal gegeven! Er was op zich geen reden om niet tevreden terug te kijken op de pilot met leergemeenschappen in Pabo 4, maar één aspect bleef knagen.[1] Studenten waren lovend over de vorm van samen optrekken en samen leren in een leergemeenschap. Riaan Lous en ik werden overladen met complimenten, maar die complimenten gingen allemaal over de gezamenlijkheid en niet over onze begeleiderskwaliteiten. “Jullie lieten ruimte voor ons, voor onze gesprekken, voor onze vragen en voor onze inbreng.” De les die wij hieruit geleerd hebben, is een wezenlijk aspect van het leiden van een PLG: persoonlijke betrokkenheid van de begeleider.Bird In Hand (Color)

De eisen die op je afkomen als je een professionele leergemeenschap leidt, zijn niet gering. Je moet de sfeer bewaken en de tijd. Je moet op het juiste moment de verdiepende vraag weten te stellen. Je moet de vraag achter een opmerking horen, emoties niet uit de weg gaan én kanaliseren. Je moet kansen zien om een theoretische verdieping aan te bieden. En bij al die taken moet je geconcentreerd, maar ontspannen blijven luisteren. Het leiden van zo’n gesprek vraagt om vertrouwen op competenties die je als gespreksleider in de loop van de tijd hebt opgebouwd.

In de genoemde pilot hebben wij naast deze lijst voorwaarden dit voor ons nieuwe aspect ontdekt. Naast de meer gesprekstechnische en inhoudelijke eisen, wordt er van je verwacht dat je als persoon betrokken bent. Dit lijkt op het eerste gezicht een eenvoudige eis, die vraagt om een aantal gesprekstechnieken. Je laat zien wat je raakt en je benoemt wat je aanspreekt en wat je ziet. Je vat een inbreng samen en reageert op wat er gebeurt. Er is echter een facet dat om meer dan techniek vraagt. De leergemeenschap vraagt om jouw bereidheid om zelf ook te leren, de gemeenschap vraagt om jou als leerling.

De klassieke docentenrol wordt bepaald door het bovenstaanders perspectief. Je staat boven de stof, boven het groepsproces en boven de leerlingen. Dat zegt niets over de persoonlijke betrokkenheid. Achter de klassieke docent gaan bewogen mensen schuil met hoge idealen. Zij willen hun leerlingen helpen in alle opzichten.

In de leergemeenschap van het afgelopen halfjaar ontdekten wij dat studenten niet betutteld willen worden. Zij gaan zelf hun weg en willen wel ontvangen mits ze ook iets mogen geven. Zij willen graag een plek waar alles wat hen bezighoudt als aankomende professionals, gedeeld kan worden. Die plek is dan wel van de hele leergemeenschap. Daar zal je als gespreksleider en begeleidend docent dus zelf ook lid van moeten zijn. Lid zijn van een leergemeenschap betekent dat je zelf ook wilt leren.

Naast geven – van advies, een theoretische verdieping, een compliment – zullen begeleiders ook moeten kunnen ontvangen. In een leergemeenschap ontvangen de leden immers van elkaar de bevestiging dat zij zelf in staat zijn om hun weg te gaan. Zij leren die eigen weg kennen als onvervreemdbaar van henzelf en als rijk en zinvol in zichzelf.

Door de gelukkige omstandigheid dat Riaan en ik samen betrokken waren bij deze leergemeenschappen, konden we om beurten het gesprek leiden en ontstond er voor de ander ruimte om mee te doen als deelnemer. In de loop van de weken vonden we steeds meer ontspanning in de begeleiding, omdat we de waarde van deelnemer zijn ontdekten.

De kern van het leiden van een PLG is de gedachte loslaten dat het gelaagde proces van leren, intervisie en reflectie afhankelijk is van jou als begeleider. De belangrijkste stap is in staat zijn tot kwetsbaarheid, bereid zijn tot ontvangen en geven. Het is een eenvoudige stap, maar tegelijkertijd een enorme opgave.

[1] In het tweede semester van het seizoen ‘16/’17 hebben Riaan Lous en ik een pilot uitgevoerd waarin we met drie groepen Pabo 4-studenten bijeenkwamen in Leergemeenschappen die als doel hadden onderwijskundige, pedagogische en levensbeschouwelijke visieontwikkeling.

Reflectie op Scholen voor de Toekomst

We (HZ-Pabo en zeven PO besturen (Alpha, Archipel, Nobego, Obase, Perspecto, Prisma, Radar) gingen samen op pad –begin 2014- na het toekennen van de subsidie voor programma ‘ Versterking samenwerking lerarenopleiding en scholen’.  Die samenwerking gaven we eerst de werknaam ‘DOS-Plus’ mee maar na verloop van tijd werd Scholenvoordetoekomst een naam die onze samenwerking beter typeerde. In juli 2017 stopt de subsidie maar verduurzamen we onze samenwerking onder de noemer ‘van programma naar beweging’. – Marjan Glas

Uitgangspunt was en is: samen een lerende organisatie zijn waarin het creëren van denktijd een gewoonte is, nieuwsgierigheid een houding en liefde voor leren de basis.

glass

Wat bereikten we en wat gaan we (dus) voortzetten?

We hadden drie hoofddoelen:

  1. Toekomstvisie (geëxpliciteerd en gezamenlijk gedragen) op onderwijs: PO en Pabo.
    We hebben een toekomstvisie ontwikkeld op basis van gesprekken, theoretische bronnen. Deze visie is op meerdere plekken gedeeld (studentenraad, Netwerkbijeenkomst Samen Opleiden, directieberaden).

https://www.projectenportfolio.nl/wiki/index.php/LC_00073

  1. Professionaliseringsbeleid, zowel initieel als post-initieel. Professionaliseringsbeleid richt zich op de doelgroep: van aanstaande leraar tot en met de excellente leraar; evenals leidinggevenden en HZ-docenten. Professionalisering te verstaan als : (in samenhang) LLL, opleiden, leren en onderwijzen, schoolontwikkeling, praktijkonderzoek.
    In de afgelopen jaren is het curriculum voor de aanstaande leerkracht vernieuwd. Mede op basis van verworven inzichten binnen Scholenvoordetoekomst hebben thema’s inhoud gekregen. Even belangrijk is dat de onderzoekende en nieuwsgierige houding, mede geïnitieerd door ontwikkelingen als W&T, vorm krijgt in leerteams en PLG’s. In toenemende mate maken leerkrachten deel uit van deze groepen; samen met de aanstaande leerkracht een praktijkissue bij de kop pakken. Vanuit een onderzoekende houding en systeemdenken de praktijk beschouwen. Leerkrachten zijn geschoold in het begeleiden van PLG’s. Daarmee hebben we dus ook gewerkt aan LLL.
    Voor de beginnende leerkracht is een aanbod ontwikkeld. Als voorbeeld een element daaruit: de PLG ‘omgaan met spanningen’. Deze bleek betekenisvol. De leernetwerkbijeenkomsten zijn voor volgend schooljaar al gepland. Belangrijk doel is om de beginnende leerkracht te ondersteunen in het opbouwen van en bekwaamheid dossier.


  2. In leernetwerken rondom thema’s als omgaan met verschillen, opbrengstgericht werken zijn (aanstaande) leerkrachten bijeen gekomen om kennis te delen en wijzer te worden. Deze bijeenkomsten hadden zowel een professionaliserend als intervisie karakter.

Met het inrichten en vullen van de semantische wiki kennis borgen en delen langs digitale weg. Zie als voorbeeld de verzamelde informatie en kennis over het thema sociale veiligheid.

https://www.projectenportfolio.nl/wiki/index.php/PR_SSM_00013

Wezenlijk voor Scholenvoordetoekomst is dat onderwijs-mensen elkaar hebben ontmoet; kennis hebben gedeeld en uitgewisseld; bij elkaar over de vloer zijn geweest, samen hebben geleerd. En dat we nog meer mensen hadden willen bereiken; meer harten en hoofden, zeker! Maar zoals gezegd: we hebben met elkaar een beweging in gang gezet. Een beweging waarin de volgende waarden centraal staat:

o Benutten van elkaars expertise

o Leven lang leren

o Nieuwsgierigheid

o Systeemdenken

o Onderzoekend en ontwerpend leren

o Een betekenisvolle werkplekleeromgeving voor alle betrokkenen

o Samen opleiden

o Samen leerervaringen opdoen in een veilige context

o Kennis-delen is kennis-vermenigvuldigen

Het was een feestje en op 11 oktober zetten we de taart klaar: de Zeeuwse Onderwijs Dag 2017 staat in het teken van Scholenvoordetoekomst. Dus komt!

http://www.zeeuwseonderwijsdag.nl/

Omgaan met hoogbegaafdheid

Scholen voor de Toekomst Omgaan met verschillen. Profielen hoogbegaafdheid. – Wim Reijnhoud

Tijdens één van onze bijeenkomsten heeft John Eckhardt een presentatie gehouden over het werk op De Tweemaster-Kameleon in Oost-Souburg. Op z’n school zijn er 6 SterQ-groepen voor onderwijs aan excellente leerlingen. Vanuit Daltononderwijs wordt vorm gegeven aan beredeneerd aanbod voor hoogbegaafde leerlingen. Kernwoorden zijn zelfstandigheid – effectiviteit – reflectie – verantwoordelijkheid – samenwerken.

Binnen SterQ gaan ze bij de omschrijving van hoogbegaafdheid uit van de theorie van Renzulli. Hij verstaat onder hoogbegaafdheid o.a. hoge intellectuele capaciteiten (IQ hoger dan 130); creativiteit in het bedenken van oplossingen en doorzettingsvermogen om een taak te volbrengen. Zo’n 2½% van de kinderen is hoogbegaafd, dat betekent dat op bijvoorbeeld Walcheren zo’n 235 leerlingen hoogbegaafd zijn. Echter, op De Tweemaster-Kameleon zitten 107 leerlingen. Vraag: ‘Waar zitten de overige 120-130 hoogbegaafde kinderen?’ Mogelijk zitten die in het reguliere basisonderwijs en zijn ze of niet in beeld of gedijen ze gewoon goed. Dat heeft namelijk alles te maken met de wijze waarop zij hoogbegaafd zijn, wel/niet in beeld zijn bij de leerkrachten en/of een beredeneerd aanbod kunnen krijgen.

 

reijnhoud

Om dat helder te hebben, is het belangrijk om inzicht te krijgen in het type Hoogbegaafdheid, want (hoog) begaafdheid kan op verschillende manieren in gedrag tot uiting komen (zichtbaar gemaakt in meerdere profielen Hoogbegaafdheid):

Door signalen van kinderen tijdig waar te nemen kun je hoogbegaafde leerlingen sneller in beeld krijgen. Het gaat dan om signalen zoals:

  • geen leermotivatie;
  • ervaringen thuis <…> school (chronische, situationeel of de relatief en absolute onderpresteerders);
  • de reactie van het kind op het fenomeen ‘school’;
  • afwisseling tussen briljante uitingen en weerzin tegen leren en zelfs clownesk gedrag;
  • vage en verborgen signalen die makkelijk anders te interpreteren zijn.

Zoals er voor kinderen met leer- en onderwijsproblemen 5 niveaus van zorg zijn, geldt dat voor de (hoog)begaafde leerlingen evenzo:

  • Niveau 1 – 2 – 3:

Inperken instructie en oefenstof – uitbreiding naar stof op een hoger niveau of andersoortig aanbod: compacten en verrijken;

  •  Niveau 4:

Plusklas: kinderen krijgen één of meerdere dagdelen speciale projecten. Vaak buiten de eigen school;

  • Niveau 5:

SterQ afdeling: continu uitdagend aanbod = compensatie op iets wat regulier is

Visie model samen opleiden

Een van de doelen van het Project Scholen voor de Toekomst was om te komen tot een visie op gezamenlijk opleiden van leraren door HZ-pabo en PO-schoolbesturen.

model

In een werkgroep zijn we aan de slag gegaan met de opdracht om deze visie te gaan formuleren. We hebben er voor gekozen geen visie te schrijven met ‘in beton gegoten’ standpunten, maar zijn gekomen tot het ontwikkelen van een model. Dit model geeft de visie op samen leren weer zoals die binnen het project tot stand is gekomen, maar wil vooral uitnodigen om zelf aan de slag te gaan met het formuleren van een eigen visie op leren en professionaliseren. Nieuwsgierig geworden? Bekijk het model op https://www.projectenportfolio.nl/wiki/index.php/LC_00073

In de leerstand

Eén van de opbrengsten van Scholen voor de Toekomst is dat we (lees: werkveld-werkveld en pabo-werkveld en werkveld-pabo) elkaar beter zijn gaan kennen en elkaar nog beter zijn gaan vinden. – door Corrinne Dekker

 

Networking

Vorig jaar zomer was er een toevallige ontmoeting tussen een Opleidingsmentor van Alpha Scholengroep en een docent van de Pabo. Deze ontmoeting gaf ruimte aan een gesprek dat startte met veel woorden als: ‘eigenlijk’,  ‘gemiste kansen’​, ‘zouden we niet…’. Het gesprek kreeg een verrassende wending. Intenties werden omgezet tot actie. Een nieuw project binnen Scholen voor de Toekomst was geboren. Het project kreeg de naam: Netwerken versterken met expertise van een pabodocent. 

 

Binnen Alpha Scholengroep zijn bovenschoolse netwerken. Er functioneren netwerken voor verschillende groepen en netwerken met specifieke thema’s. Thematische netwerken zijn: netwerk over werkwoordspelling,  spelling voor groep 4 en 5 en een netwerk lezen in groep 3. ​Deze thematische netwerken worden geleid door collega’s van het onderwijsteam. Bovenschoolse netwerken binnen Alpha Scholengroep kenmerken zich door ‘met en van elkaar te leren’ en een mogelijke bijdrage van een expert en komen drie keer per schooljaar bij elkaar. Deelname aan de netwerken is op vrijwillige basis.

 

Dankzij het  project “Netwerken versterken met expertise van een pabodocent” is Hilde Kooiker, docent Nederlands op de Pabo de thematische netwerkbijeenkomsten gaan voorbereiden en gaan leiden samen met collega’s van het onderwijsteam van Alpha Scholengroep. In dit project is ook voor gekozen om aanstaande leerkrachten te betrekken bij deze thematische netwerken.

Opbrengsten van dit project:

  • Er is geleerd over de thema’s lezen en spelling door aanstaande leerkrachten, leerkrachten, pabodocent en leden van het onderwijsteam, waarbij ieder in de eigen rol nieuwe toepassingen voor het dagelijks handelen heeft gekregen.
  • Er is voor de pabodocent meer inzicht gekomen in wat er speelt in het werkveld rond de thema’s lezen en spelling.
  • Netwerk is inhoudelijk versterkt door het aanbieden van recente en relevante literatuur door pabodocent.
  • Niet alle aanstaande leerkracht liepen stage in de groep waar het netwerk over ging, door het netwerk is grote interesse ontstaan in de leerstof van groep 3 met de wens om meer te weten te komen over de betreffende groep.
  • Waar mentoren en aanstaande leerkrachten samen deelnemen aan een netwerk ontstaat/vergroot de onderzoekende houding bij beiden en zin om nieuwe dingen uit te proberen om te komen tot verbeteringen in de praktijk van alle dag.
  • Uitdaging ligt in de planning van netwerken zodat mentoren en aanstaande leerkrachten alle bijeenkomsten aanwezig kunnen zijn.

 

Conclusie: het is van grote meerwaarde pabodocenten te betrekken bij professionalisering in het werkveld.Zowel voor de docent zelf is het een verrijking, voor de leden van het onderwijsteam, als voor de aanstaande leerkrachten en mentoren/leerkrachten.

 

Tot slot: Bij de afsluiting van dit project is de wens uitgesproken dat meer besturen gebruiken mogen en moeten gaan maken van de expertise van een pabodocent, waardoor het leren van de mentor en aanstaande leerkracht versterkt wordt.

Uit de werkgroep OGW

De themawerkgroep DOS+ (SvdT) Opbrengstgericht Werken heeft in het schooljaar 2016-2017 vier bijeenkomsten georganiseerd voor 15 deelnemende scholen. Daarnaast zijn professionele leergemeenschappen actief geweest, waarin studenten en groepsmentoren onderzoek hebben gedaan onder leiding van een van de thematrekkers en de HZ/Pabo-docent.

OGW

Bijeenkomst 1 

De werkplannen staan centraal. Onderlinge uitwisseling van doelen en reeds behaalde resultaten in de eerste twee jaren van DOS+. Er is op dat moment nog onduidelijkheid over de begroting. Dit wordt uiteindelijk door de programmaleiding naar tevredenheid opgelost.

Bijeenkomst 2 

Jan Remijn (Oppia Advies) behandelt het thema “Leerkrachtvaardigheden en opbrengstgericht werken”. Het eigenaarschap persoonlijke ontwikkeling ligt bij de leerkracht. Wat wordt er dan van de leerkracht verwacht? Het nieuwe Toezichtkader van de inspectie richt zich op passend onderwijs met de vraag “Wat is waarneembaar in de klas?” Inzoomen op de praktijk van het didactisch handelen en praktisch aan de slag n.a.v. een huiswerkopdrachtDe deelnemers is verzocht een opname te maken met iPad of telefoon van een leerkracht aan het werk met instructie (uiteraard met goedvinden van de betreffende leerkracht).  In 2-tallen is gekeken naar elkaars beelden met de vraag “wat zien we nu?”

Verder zijn kijkwijzers toegelicht.

Bijeenkomst 3

Carolien van Dijk (Oog voor Leren) behandelt het thema “Kwaliteitszorg en opbrengstgericht werken”.  Het gaat over de relatie tussen kwaliteitszorg en opbrengstgericht werken en de borging als vast onderdeel van kwaliteitszorg. Keuze uit verschillende opdrachten : Aanscherpen kwaliteitszorgcyclus eigen school en de rol van directeur, intern begeleider en leerkracht, het aanscherpen van doelen en tussenresultaten in het huidige werkplan, het bespreken van de kwaliteitskaart OGW en signaleren van aandachtspunten voor de eigen school, en reflectie op 3 cruciale fasen bij de implementatie van een kwaliteitsverbetering.

Bijeenkomst 4

Evaluatie van de behaalde resultaten in drie jaren DOS+ aan de hand van toetsbare doelen. De respons van 87% geeft een positief beeld van de behaalde resultaten. Eén van de scholen verwoordt het als volgt : “Wij hebben met onze school, door deelname aan DOS+ opbrengstgericht werken, een enorme kwaliteitsslag kunnen maken. Wij zijn nu een voorbeeld voor andere scholen binnen èn buiten ons bestuur.”

Studenten en groepsmentoren presenteren de resultaten van hun onderzoeken in de professionele leergemeenschappen. Deze gegevens zijn opgenomen in een digitale leeromgeving van Scholen voor de Toekomst.

Namens de werkgroep,

Frans Vijgen